Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

Betekenis en definities van niet-aangeboren hersenletsel

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is de verzamelnaam voor letsel aan het brein dat na de geboorte is ontstaan. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen traumatisch en niet-traumatisch hersenletsel. NAH kan ook ontstaan door neurodegeneratieve aandoeningen, echter wordt dit binnen de zorg apart geclassificeerd vanwege de grote verschillen in behandeling en zorg. De gevolgen hebben echter raakvlakken met de gevolgen van (niet)traumatisch hersenletsel, waarbij het tevens na de geboorte is ontstaan. De term NAH wordt gebruikt wanneer door (niet)traumatisch hersenletsel of neurodegeneratieve aandoeningen onomkeerbare gevolgen zijn ontstaan.

Ik heb NAH

Mijn werknemer heeft NAH

Informatie voor zorgprofessionals

Informatie voor naasten

Inhoudsopgave

Cijfers niet-aangeboren hersenletsel

De meest recente cijfers over de aantallen van mensen met NAH komen uit 2017, waaruit bleek dat er jaarlijks ca. 140.000 mensen hersenletsel oplopen, waarvan er 40.000 blijvende beperkingen overhouden. In 2019 stond de teller van mensen met een beroerte naar schatting op 500.600 mensen.

Het daadwerkelijk in kaart brengen van de cijfers van mensen met NAH is echter lastig, aangezien lang niet iedereen naar de huisarts gaat, de diagnose niet altijd wordt gesteld, en de term NAH breed is.

Oorzaken van niet-aangeboren hersenletsel

Traumatisch hersenletsel wordt veroorzaakt door een klap die het brein beschadigt. Denk hierbij aan een val of een botsing met een object. Door deze klap kunnen er (micro)bloedingen of een hersenkneuzing ontstaan.

Niet-traumatisch hersenletsel is een beschadiging in het brein doordat er iets in het hoofd gebeurt. Denk hierbij aan een cerebrovasculair accident (CVA), zuurstoftekort of vergiftiging door toxische stoffen. Hersencellen en verbindingen kunnen hierdoor afsterven. Bij een hersentumor kunnen er klachten ontstaan door de druk die er ontstaat, of na de operatie door het verwijderen van cellen. 

Neurodegeneratieve aandoeningen zijn ongeneeslijke ziekten waarbij de zenuwcellen en verbindingen worden aangetast en afsterven. Meestal wordt er een progressief beloop gezien, echter kan het bij de één sneller gaan dan bij de ander. 

Bij NAH kan er dus op verschillende manieren schade aan het brein ontstaan. Deze schade bestaat vaak uit beschadigingen van de hersencellen of hersenverbindingen. In sommige gevallen kunnen hersengebieden hun functie niet meer goed uitvoeren, waardoor mensen veranderingen en beperkingen ervaren.

Gevolgen van niet-aangeboren hersenletsel

Ons brein reguleert ons fysiek en mentaal functioneren. Dit houdt in dat als er iets in het brein gebeurt, dit uiteenlopende gevolgen kan hebben. Kleine veranderingen kunnen een grote impact hebben. Het brein probeert de schade te herstellen, echter  het daadwerkelijke herstel is afhankelijk van meerdere factoren (o.a. grootte van de impact, flexibiliteit van het brein en de locatie). Hierdoor is de variatie groot, waarbij er onomkeerbare gevolgen kunnen ontstaan. Ondanks de grote variatie, zijn er meestal ook veel overeenkomsten. De meest voorkomende gevolgen zijn hieronder op een rijtje gezet.

Cognitieve gevolgen na niet-aangeboren hersenletsel

De cognitie is een term voor ons denkvermogen, waaronder alle mentale processen van leren, herinneren, waarnemen, denken en interpreteren vallen. Het zijn processen die wij de hele dag door gebruiken, echter het grootste gedeelte hiervan gaat onbewust. Dit maakt dat wij ons meestal niet bewust zijn van de invloed van deze processen. Als gevolg van hersenletsel kunnen er beperkingen optreden in deze processen, zoals in de prikkelverwerking of het herinneren. Iets wat voorheen onbewust goed ging, gaat ineens niet meer of minder goed. 

De cognitie kan onderverdeeld worden in een aantal domeinen. Ten gevolge van NAH kunnen op alle domeinen klachten worden gezien. Dit zijn de volgende domeinen:

  • Geheugen (visueel, verbaal, het werkgeheugen)
  • Aandacht (volgehouden, verdeeld, gericht, neglect)
  • Tempo van informatieverwerking
  • Het executief functioneren (plannen en organiseren, inhibitie, zelfmonitoring, mentale flexibiliteit)
  • Taal (afasie)
  • Visueel-ruimtelijk/visuomotorisch

Lees hier meer over de cognitieve gevolgen van NAH 

Lichamelijke gevolgen na niet-aangeboren hersenletsel

Lichamelijke gevolgen zijn vaak aan de buitenkant te zien, al is dit ook niet altijd zo. Zo kunnen er ook binnen het lichaam veranderingen of klachten zijn. Dit zijn de meest voorkomende lichamelijke veranderingen:

  • Kracht- of gevoelsveranderingen
  • Verlamming
  • Zintuiglijke veranderingen: visus, gehoor, reuk
  • Pijn
  • Duizeligheid/balans problemen
  • Veranderingen ten aanzien van de hormoonhuishouding of temperatuur 

Energetische gevolgen na niet-aangeboren hersenletsel

Energetische gevolgen zijn gevolgen ten aanzien van de energie. Zo kun je merken dat je na inspanning al direct uitgeput bent, of zelfs bij het opstaan al erg laag in je energie zit. De volgende gevolgen worden o.a. onderscheiden:

  • Beperkte (mentale) belastbaarheid
  • Blijvende vermoeidheid 
  • Energieschommelingen

Lees hier meer over de energetische gevolgen van NAH

Emotionele en gedragsmatige gevolgen na niet-aangeboren hersenletsel

Emotionele en gedragsmatige gevolgen kunnen primair of secundair ontstaan. Primaire gevolgen zijn wanneer er daadwerkelijk door hersenschade veranderingen ontstaan in de emoties of in het gedrag. Secundair is wanneer de veranderingen als reactie op het hersenletsel ontstaan. Een aantal voorbeelden van emotionele- en gedragsmatige gevolgen zijn:

  • Stemmingsproblemen
  • Angstklachten
  • Korter lontje
  • Apathisch/minder empathisch vermogen
  • Rustiger
  • Ontremd
  • Weinig initiatief

Lees hier meer over de emotioneel- en gedragsmatige gevolgen van NAH 

Gevolgen voor de communicatie na niet-aangeboren hersenletsel

De communicatieve gevolgen zijn een combinatie van lichamelijke gevolgen en cognitieve gevolgen. Lichamelijk kan er dysarthrie ontstaan, een spraakstoornis die de articulatie bemoeilijkt. Hierbij zijn de spieren of zenuwen die betrokken zijn bij het spreken aangetast, waardoor mensen lastiger woorden kunnen vormen. Wanneer iemand een slikstoornis heeft is er sprake van dysfagie. Dit kan het eten en drinken bemoeilijken.

Wanneer er sprake is van afasie, een taalstoornis, is het taalgebied in het brein aangetast. Dit wordt meer onder de cognitieve gevolgen van NAH geschaard. Bij afasie gaat het mis bij het begrijpen en/of het uiten van taal. Zo zijn er mensen die wel taal kunnen begrijpen, maar dit niet meer voldoende kunnen uiten. Dit heet expressieve afasie. Soms is dit alleen in lichte mate aanwezig, waarbij mensen woordvindproblemen ervaren. Hierbij kunnen zij lastiger op een specifiek woord komen, echter lukt het over het algemeen wel om zich prima te uiten. Bij receptieve afasie is er juist een probleem bij het begrijpen van de taal. De zinnen die gemaakt worden hebben vaak geen goede inhoud of betekenis. Na een CVA kan er ook sprake zijn van een gemengde afasie, waarbij mensen de taal niet meer begrijpen en zich niet/nauwelijks kunnen uiten.

Overprikkeling bij niet-aangeboren hersenletsel

Prikkels zijn alle informatie(-bronnen) die uit de omgeving worden waargenomen. Dit gebeurt zowel bewust als onbewust. Als je een gezond brein hebt kun je bewust kiezen op welke prikkels jij je focust, en op welke niet. Hierdoor wordt met veel informatie uit de omgeving niks gedaan. Zo kun je in een druk restaurant het gesprek met jouw partner volgen, en de geluiden uit de omgeving nagenoeg wegfilteren. Hierdoor verwerk je de gesprekken niet die andere mensen in het restaurant bespreken.

Na NAH kun je ervaren dat alle prikkels sterk binnen komen. Hierbij kun je omgevingsprikkels niet meer filteren, waardoor alle geluiden uit de omgeving gehoord worden. Dit geldt echter niet alleen voor geluiden, maar ook tast en licht kan sterker binnen komen. De intensiteit van alle prikkels uit de omgeving is vele malen sterker dan voorheen, wat overprikkeling tot gevolg kan hebben.

Naast de oorzaak dat de hoeveelheid en intensiteit van prikkels die binnenkomen kan toenemen, kan het ook zo zijn dat het brein informatie trager verwerkt. Hierbij blijven prikkels binnenkomen, maar is het brein niet in staat om deze prikkels ook op voldoende tempo te verwerken. Hierdoor kun je ervaren dat je een “vol” of “wattig” hoofd hebt.

In beide gevallen krijg je meer prikkels binnen dan je brein kan verwerken, ofwel door het filter dat onvoldoende werkt, ofwel door een brein dat de prikkels niet op voldoende tempo kan verwerken. Het brein raakt hierdoor overbelast, wat een gevoel van overprikkeling tot gevolg heeft. Dit kan zich uiten in vermoeidheid, misselijkheid, visuele klachten, duizeligheid, hoofdpijn etc.

Blog artikelen over NAH